Statuten

STATUTEN Koninklijke Vereniging van Organisten en Kerkmusici


ARTIKEL1. Naam en zetel
1. De vereniging draagt de naam: Koninklijke Vereniging van Organisten en Kerkmusici.
2. Zij heeft haar zetel in de gemeente ’s-Gravenhage.

ARTIKEL 2. Grondslag
De vereniging is gebaseerd op christelijke grondslag.

ARTIKEL 3. Doel
1. De vereniging heeft ten doel:
- de bevordering van het gebruik van het orgel, het orgelspel en de orgelcultuur in het algemeen;
- de bevordering van de verantwoorde verzorging van de muziek in de eredienst;
- de bevordering van al hetgeen het peil en de waardering van de kerkmuziek in het algemeen ten goede kan komen;
- de bevordering van een goede opleiding van organisten en kerkmusici;
- de behartiging van de rechtspositie van de leden in het algemeen en in het georganiseerd overleg in het bijzonder; en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.
2. De vereniging tracht haar doel te verwezenlijken door:
a. het houden van bijeenkomsten;
b. het uitgeven of doen uitgeven van één of meer verenigingsorganen en andere publicaties;
c. het (doen) afnemen van examens op het gebied van orgel en kerkmuziek;
d. alle andere wettige middelen.

ARTIKEL 4. Verenigingsjaar
Het verenigingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

ARTIKEL 5. Lidmaatschap
1. De vereniging kent gewone leden en leden van verdienste.
2. Gewone leden zijn natuurlijke personen die zich schriftelijk als lid bij het bestuur hebben aangemeld en door het bestuur als zodanig tot de vereniging zijn toegelaten.
In het huishoudelijk reglement kunnen nadere voorwaarden aan het lidmaatschap gesteld worden.
Indien het bestuur een lid niet toelaat, wordt dit door het bestuur aan de betrokkene schriftelijk meegedeeld. Ingeval van niet-toelating door het bestuur kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.
3. Leden van verdienste kunnen zijn zij, die in belangrijke mate hebben bijgedragen aan het bereiken van de doelstelling van de vereniging. De wijze van benoeming tot lid van verdienste wordt geregeld bij huishoudelijk reglement.
4. Waar in deze statuten of krachtens deze statuten vastgestelde reglementen of genomen besluiten sprake is van lid of leden worden daaronder zowel de gewone als de leden van verdienste begrepen, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald of kennelijk anders is bedoeld.
5. Het lidmaatschap is persoonlijk en mitsdien niet vatbaar voor overdracht of overgang.
6. Het bestuur houdt een register waarin de namen en adressen van alle leden zijn opgenomen.

ARTIKEL 6. Donateurs
1. Donateurs zijn zij die zich bereid verklaard hebben de vereniging financieel te steunen met een bijdrage, waarvan het minimum door de algemene vergadering wordt vastgesteld.
2. Het bestuur beslist omtrent de toelating van donateurs.
3. Rechten en plichten van de donateurs worden geregeld bij huishoudelijk reglement.
4. Het donateurschap eindigt door schriftelijke opzegging. Hiertoe zijn zowel de donateur als het bestuur bevoegd. De bijdrage over het lopende verenigingsjaar blijft voor het geheel verschuldigd.

ARTIKEL 7. Bijdragen en overige geldmiddelen
1. De vereniging verkrijgt haar financiële middelen uit een jaarlijkse contributie en donaties. Gewone leden en donateurs zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld. De leden van verdienste betalen geen contributie.
2. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een contributie te verlenen.
3. Naast de bijdragen van gewone leden en donateurs bestaan de geldmiddelen van de vereniging uit erfstellingen, legaten, schenkingen, subsidies en alle andere wettig verkregen inkomsten.

ARTIKEL 8. Schorsing lidmaatschap
1. Het bestuur kan een lid dat handelt in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt, schorsen voor een door het bestuur te bepalen periode tot maximaal de eerstvolgende algemene vergadering.
2. Binnen een maand nadat een lid een besluit van het bestuur tot schorsing is meegedeeld, heeft deze het recht van beroep op de algemene vergadering. Dit beroep zal behandeld worden op de eerstvolgende algemene vergadering.

ARTIKEL 9. Einde lidmaatschap
1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door overlijden van het lid;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging door de vereniging;
d. door ontzetting (royement).
2. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft niettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel door het lid verschuldigd, tenzij het bestuur anders besluit.

ARTIKEL 10. Opzegging door het lid
1. Opzegging door het lid geschiedt door een schriftelijk kennisgeving aan het bestuur.
2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan behoudens het bepaalde in lid 3 slechts geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar en met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste één maand. Indien een opzegging niet tijdig heeft plaatsgehad, loopt het lidmaatschap door tot het einde van het eerstvolgende verenigingsjaar. Tussentijdse opzegging is niet mogelijk.
3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 kan een lid zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen:
a. binnen een maand nadat hem een besluit waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard bekend is geworden of meegedeeld, tenzij het een wijziging betreft van de geldelijke rechten en verplichtingen;
b. binnen een maand nadat hem een besluit tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie of tot splitsing is meegedeeld;
c. indien redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

ARTIKEL 11. Opzegging door de vereniging
1. Over opzegging door de vereniging alsmede de datum van ingang daarvan beslist het bestuur, dat daarvan met opgave van redenen aan het lid schriftelijk kennis geeft.
2. De vereniging kan het lidmaatschap opzeggen:
a. wanneer een lid na daartoe schriftelijk te zijn aangemaand op 1 juni niet volledig aan zijn geldelijke verplichtingen jegens de vereniging over het lopende verenigingsjaar heeft voldaan;
b. wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij deze statuten gesteld te voldoen;
c. wanneer een lid zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt;
d. wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

ARTIKEL 12. Ontzetting
1. Over ontzetting alsmede de datum van ingang daarvan beslist het bestuur, dat daarvan met opgave van redenen zo spoedig mogelijk aan het lid schriftelijk kennis geeft.
2. Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Het betrokken lid is bevoegd binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving in beroep te gaan bij de algemene vergadering tegen een besluit tot ontzetting. Dit beroep zal behandeld worden op de eerstvolgende algemene vergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst. Een geschorst lid heeft geen stemrecht.

ARTIKEL 13. Bestuur
1. Het bestuur bestaat uit een oneven aantal van ten minste vijf natuurlijke personen.
2. De algemene vergadering stelt met inachtneming van het bepaalde in lid 1 het aantal bestuursleden vast.
3. De bestuursleden worden door de algemene vergadering benoemd uit de leden van de vereniging. Deze benoeming geschiedt uit een bindende voordracht, welke wordt opgemaakt door het bestuur en welke gelijktijdig met de agenda voor de ledenvergadering aan de leden wordt toegezonden.
4. De voordracht van het bestuur kan door ten minste vijf gewone leden worden aangevuld met één of meer andere kandidaten. Een schriftelijke opgave hiertoe moet tezamen met een schriftelijke instemmingsverklaring van de voorgedragene(n) ten minste vijf werkdagen voor de dag van de vergadering in handen zijn van de secretaris. De aanvulling van de voordracht wordt uiterlijk bij aanvang van de vergadering aan de aanwezige leden meegedeeld.
5. Aan de voordracht kan het bindende karakter worden ontnomen door een besluit van de algemene vergadering genomen met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering.
6. Indien geen bindende voordracht is gedaan of aan de voordracht het bindende karakter is ontnomen conform het bepaalde in lid 5, is de algemene vergadering vrij in haar keus.
7. Bestuursleden worden benoemd voor een periode van vier jaren. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaren, aansluitend aan de eerste periode.
8. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester worden door de algemene vergadering in functie gekozen. Hiernaast kan het bestuur uit zijn midden ook plaatsvervangers en/of andere functionarissen kiezen. Een bestuurslid kan ten hoogste twee functies vervullen.
9. Alle bestuursleden van de vereniging dienen te worden ingeschreven in het handelsregister, gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken. Van wijzigingen in het bestuur wordt door het bestuur zo spoedig mogelijk opgave gedaan bij het voormelde register.
10. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur. Het bestuur is gehouden in de eerstvolgende algemene vergadering een voorstel tot voorziening in de vacature(s) in te dienen.

ARTIKEL 14. Schorsing en einde bestuurslidmaatschap
1. Een bestuurslid kan te allen tijde onder opgaaf van redenen door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. De algemene vergadering besluit tot schorsing en/of ontslag met een meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen.
2. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn. Het geschorste bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de algemene vergadering te verantwoorden en kan zich daarbij door een raadsman doen bijstaan.
3. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
a. door periodiek aftreden;
b. door overlijden;
c. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;
d. door bedanken.
4. Periodiek aftreden vindt plaats volgens een door het bestuur met inachtneming van de maximale zittingsduur van de bestuursleden op te maken rooster van aftreden.

ARTIKEL 15. Bestuursvergaderingen en bestuursbesluiten
1. De bestuursvergaderingen worden gehouden in de gemeente waar de vereniging haar zetel heeft, of in een andere door het bestuur aan te wijzen gemeente.
2. Bestuursvergaderingen zullen worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één van de andere bestuursleden daartoe schriftelijk aan de voorzitter het verzoek richt.
3. Indien de voorzitter aan een verzoek als bedoeld in lid 2 geen gevolg geeft op zodanige wijze, dat de vergadering kan worden gehouden binnen twee weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen.
4. Het bestuur kan alleen dan rechtsgeldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig is.
5. Alle bestuursbesluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem.
6. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één van de andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht.
7. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, telegrafisch, per fax, of met gebruik van een in geschrift weergegeven electronisch bericht (e-mail) hun mening te uiten en het besluit met algemene stemmen wordt genomen.
8. Bij reglement kunnen door de algemene vergadering nadere regels worden gesteld omtrent de wijze van oproeping, stemprocedures en besluitvorming.

ARTIKEL 16. Taken bestuur en bestuursbevoegdheid
1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
2. Elke bestuurder is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak.
3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door personen die, of door commissies waarvan de leden, door het bestuur worden benoemd en ontslagen. Het stelt daartoe de nodige instructies vast.
4. Het bestuur kan besluiten tot de instelling van zogenaamde activiteitenkernen. Het Huishoudelijk Reglement geeft hiervoor de nadere bepalingen.
5. Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.

ARTIKEL 17. Vertegenwoordiging
1. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging, voorzover uit de wet niet anders voortvloeit.
2. Deze vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden, waarvan ten minste één de functie van voorzitter, secretaris of penningmeester vervult.
3. De vertegenwoordigingsbevoegdheid als bedoeld in de leden 1 en 2 is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voorzover uit de wet niet anders voortvloeit. Op een statutaire beperking of voorwaarde zonder wettelijke grondslag kan tegenover een derde geen beroep worden gedaan. Een wettelijk toegelaten of voorgeschreven beperking of voorwaarde voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging kan slechts door de vereniging worden ingeroepen.
4. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden, alsook aan derden, om de vereniging binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

ARTIKEL 18. Boekjaar, administratie en jaarstukken
1. Het boekjaar van de vereniging is gelijk aan het verenigingsjaar.
2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging en van alles betreffende de werkzaamheden van de vereniging, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de vereniging kunnen worden gekend.
3. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de vereniging afgesloten. Daaruit worden door de penningmeester een balans en een staat van baten en lasten over het geëindigde boekjaar opgemaakt.
4. Het bestuur is verplicht de in de leden 2 en 3 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, alsmede het jaarverslag als bedoeld in het volgende artikel gedurende ten minste tien jaren te bewaren.

ARTIKEL 19. Rekening en verantwoording
1. Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, een jaarverslag uit over de gang van zaken binnen de vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten als bedoeld in het vorige artikel met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering over. Omtrent de getrouwheid van de stukken aan de algemene vergadering dient een verklaring afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek te worden overlegd. Deze stukken worden ondertekend door alle bestuurders; ontbreekt de ondertekening van één of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.
2. Na verloop van de in lid 1 bedoelde termijn kan ieder lid van de gezamenlijke bestuurders in rechte vorderen dat zij de aldaar vermelde verplichtingen nakomen.

ARTIKEL 20. Algemene vergaderingen
1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur of een ander orgaan zijn opgedragen.
2. Jaarlijks zal op een door het bestuur vast te stellen tijdstip, een en ander echter met inachtneming van het bepaalde in lid 1 van het vorige artikel, een algemene vergadering worden gehouden. In deze jaarvergadering komen aan de orde:
a. het jaarverslag, de balans, de staat van baten en lasten en de toelichting als bedoeld in het vorige artikel alsmede verklaring afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
b. de voorziening in eventuele vacatures in het bestuur;
c. voorstellen van het bestuur aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering;
d. voorstellen van leden, die uiterlijk drie weken voor de dag van de algemene vergadering bij het bestuur zijn ingekomen; deze voorstellen worden eveneens bij de oproeping vermeld.
3. Andere algemene vergaderingen worden bijeengeroepen zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.
4. Voorts is het bestuur, op schriftelijk verzoek van ten minste vijftig leden, verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na indiening van het verzoek. De verzoekers vermelden in hun verzoek de te behandelen onderwerpen.
5. Indien aan het in lid 4 bedoelde verzoek binnen twee weken geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping overgaan.

ARTIKEL 21. Bijeenroeping en agenda
1. De algemene vergaderingen worden, behoudens in het geval als bedoeld in lid 5 van het vorige artikel, bijeengeroepen door het bestuur.
2. De oproeping tot een algemene vergadering geschiedt door middel van oproepingsbrieven, gericht aan de adressen van de leden zoals deze zijn vermeld in het ledenregister van de vereniging en/of door publicatie van een oproep in het verenigingsorgaan.
3. In de situatie als bedoeld in lid 5 van het vorige artikel kan, in afwijking van het bepaalde in lid 2, oproeping ook plaatsvinden door middel van een aankondiging in de verenigingsorganen en de website van de vereniging.
4. De termijn voor de oproeping bedraagt ten minste twee weken, de dag van oproeping en die van vergadering niet meegerekend.
5. De oproeping vermeldt, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen, zulks onverminderd de bijzondere voorschriften omtrent statutenwijziging.

ARTIKEL 22. Toegang en vertegenwoordiging

1. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden van de vereniging die niet geschorst zijn en alle donateurs. Een lid moet zich kunnen legitimeren. Een geschorst lid heeft toegang tot de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld en is bevoegd daarover het woord te voeren.
2. Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist de algemene vergadering.
3. Een lid kan zich ter vergadering door een ander lid laten vertegenwoordigen onder overlegging van een schriftelijke volmacht. Een lid kan daarbij slechts voor ten hoogste drie andere leden als gevolmachtigde optreden.

ARTIKEL 23. Vergaderplaats, voorzitterschap en notulen
1. De algemene vergaderingen worden gehouden in de gemeente waar de vereniging haar zetel heeft, of in een andere door het bestuur aan te wijzen gemeente. Het bestuur houdt hierbij rekening met de reisafstanden voor de leden.
2. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter of, bij diens afwezigheid, een ander door het bestuur aan te wijzen bestuurslid. Zijn geen bestuursleden aanwezig of werd de vergadering niet door het bestuur bijeen geroepen, dan voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
3. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één van de andere aanwezigen, door de voorzitter van de vergadering daartoe aangezocht. Deze notulen worden door de voorzitter en de secretaris van de vergadering ondertekend en in de zelfde of in de eerstvolgende algemene vergadering vastgesteld.

ARTIKEL 24. Besluiten algemene vergadering
1. De algemene vergadering kan, behoudens in de situatie als bedoeld in lid 3, ter vergadering alleen dan rechtsgeldige besluiten nemen indien en voorzover:
a. alle voorschriften omtrent het oproepen en houden van vergaderingen zijn nageleefd; en
b. het een onderwerp betreft dat in de oproeping is vermeld.
2. Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen en ongeacht het aantal ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde leden.
3. Zolang in een algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen dus mede een voorstel tot statutenwijziging, ontbinding, fusie, splitsing en omzetting ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.
4. Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.

ARTIKEL 25. Stemrecht en stemprocedure
1. Ieder gewoon lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft een stem.
2. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
3. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming, tussen de voorgedragen kandidaten, plaats. Heeft alsdan weer niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats totdat hetzij een persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.
4. Bij de in lid 3 bedoelde herstemmingen wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht. Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan een persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.
5. Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
6. Indien de stemmen staken over een voorstel niet betreffende verkiezing van personen, dan is het verworpen.
7. Alle stemmingen over personen geschieden schriftelijk, tenzij er sprake is van een enkelvoudige voordracht. Alle overige stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of een van de stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
8. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van het genomen besluit, voorzover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigd lid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
9. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.

ARTIKEL 26. Commissies
1. Er is een redactiecommissie die tot taak heeft het samenstellen van de inhoud van de organen die de vereniging uitgeeft of doet uitgeven.
2. Er is een muziekcommissie die tot taak heeft het samenstellen van de muziekbijlage van é én van de verenigingsorganen.
3. De leden van de redactiecommissie en de muziekcommissie worden door het bestuur benoemd en ontslagen.
4. Het bestuur stelt een redactie- en een muziekstatuut op, waarin de rechten en verplichtingen van respectievelijk de redactiecommissie en de muziekcommissie worden geregeld en heeft de bevoegdheid dit redactie- en/of muziekstatuut te wijzigen.
5. De redactiecommissie en de muziekcommissie leggen jaarlijks verantwoording af van het gevoerde beleid aan het bestuur, dat daarover verslag uitbrengt aan de algemene vergadering.
6.  Het bestuur kan ook andere commissies instellen.

ARTIKEL 27. Reglementen
1. De algemene vergadering kan op voorstel van het bestuur één of meer reglementen vaststellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet of niet uitputtend in deze statuten zijn vervat. Dit geldt niet voor die zaken waarvan de bevoegdheid in de statuten is opgedragen aan het bestuur.
2. Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn. Indien en voorzover een reglement een bepaling bevat, welke in strijd is met een ouder niet ingetrokken reglement, geldt de bepaling uit het nieuwste reglement.
3. De algemene vergadering is te allen tijde bevoegd een reglement te wijzigen of in te trekken.
4. Op de vaststelling, wijziging en intrekking van een reglement is het bepaalde in artikel 28 leden 1 en 2 van overeenkomstige toepassing.


ARTIKEL 28. Statutenwijziging
1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijzigingen van de statuten zal worden voorgesteld.
2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, publiceren in de verenigingsorganen en de website van de vereniging ter inzage voor de leden tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin ten minste twee/derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
4. Is niet twee/derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt binnen zes weken, echter niet binnen twee weken, daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
5. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. De bestuursleden die op grond van deze statuten bevoegd zijn de vereniging te vertegenwoordigen alsmede zij die eventueel in het besluit tot statutenwijziging door de algemene vergadering als zodanig zijn aangewezen, zijn gemachtigd om ter uitvoering van het besluit tot statutenwijziging de akte van statutenwijziging te doen passeren en te ondertekenen, alles met de macht tot substitutie.
6. De bestuursleden zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister, gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken.

ARTIKEL 29. Ontbinding en vereffening
1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het bepaalde in artikel 28 leden 1 tot en met 4 is van overeenkomstige toepassing.
2. De vereffenaars, of het bestuur in de situatie als bedoeld in lid 3, dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de vereniging inschrijving geschiedt in het register, als bedoeld in artikel 28 lid 6.
3. Indien de vereniging op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij alsdan op te bestaan. Het bestuur doet hiervan opgaaf bij het register als bedoeld in artikel 28 lid 6.
4. De vereniging blijft na haar ontbinding voortbestaan voorzover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan, moet aan de naam worden toegevoegd: “in liquidatie”.
5. De vereffening geschiedt door het bestuur, tenzij bij het besluit tot ontbinding een of meer andere vereffenaars zijn aangewezen.
6. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. Een vereffenaar heeft dezelfde bevoegdheden, plichten en aansprakelijkheden als een bestuurder, voorzover deze verenigbaar zijn met zijn taak als vereffenaar.
7. Blijkt de vereffenaars dat de schulden de baten vermoedelijk zullen overtreffen, dan doen zij aangifte tot faillietverklaring, tenzij alle bekende schuldeisers desgevraagd instemmen met voortzetting van de vereffening buiten faillissement.
8. Een eventueel batig saldo van de ontbonden vereniging vervalt aan degenen die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid van de vereniging waren. Ieder lid ontvangt een gelijk deel. Bij besluit tot ontbinding kan echter ook een andere bestemming aan het batig saldo worden gegeven.
9. De vereffenaars stellen een rekening en verantwoording op van de vereffening, waaruit de omvang en samenstelling van het overschot blijken, alsmede de bestemming. Indien er meer dan één gerechtigde tot het overschot is, stellen zij tevens een plan van verdeling op.
10. De vereffenaars leggen de in het vorige lid bedoelde stukken neer ten kantore van het register als bedoeld in artikel 28 lid 6, alsmede ten kantore van de vereniging. De stukken liggen daar twee maanden voor een ieder ter inzage. De vereffenaars maken in een nieuwsblad bekend waar en wanneer zij ter inzage liggen.
11. Indien niet binnen twee maanden na de nederlegging en bekendmaking als bedoeld in lid 10 verzet is gedaan bij de rechtbank, of de intrekking hiervan of de beslissing hierop onherroepelijk is, wordt het overschot overgedragen aan de gerechtigde(n).
12. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop aan de vereffenaars geen bekende baten meer aanwezig zijn. Zij doen hiervan opgaaf bij het register als bedoeld in artikel 28 lid 6.
13. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden vereniging gedurende zeven jaren berusten onder de jongste vereffenaar, tenzij door de algemene vergadering bij het besluit tot ontbinding een andere bewaarder is aangewezen. Zodra deze bewaringstermijn is verstreken dient de bewaarder de bewaarde stukken zo mogelijk onder te brengen in of bij het daarvoor meest geëigende openbare archief.

ARTIKEL 30. Slotbepaling
In alle gevallen, waarin zowel de wet, deze statuten als een reglement niet voorzien, beslist het bestuur.